De Bouwstenen voor bedrijven

Trampoline, kleinkinderen en business wijsheden!

In de tuin van onze dochter staat een trampoline. Ik heb nooit helemaal begrepen waarom ongeveer ieder gezin in Vlaanderen een trampoline in de tuin heeft staan. Onze tuin grenst aan die van mijn dochter zonder dat er een duidelijke afscheiding is. Daarom kan ik gerust schrijven dat we een trampoline in onze tuin hebben staan.

We horen er nu bij! Ondertussen heb ik er vrede mee gesloten. Meer zelfs, de trampoline is een bron van inspiratie geworden.

Zittend aan de keukentafel kan ik de trampoline zien staan. Het is een grote, stevige, verankerde trampoline. Het is dus een veilige trampoline. Als grootvader vind ik dat belangrijk. Je wil niet dat je kleinkinderen stuurloos ergens heen gekatapulteerd worden. Ook wil ik niet dat we bij de eerste en de beste najaarsstorm wakker worden, omdat er een trampoline dwars door het raam is gevlogen. Op dezelfde wijze ben ik begaan met mens, planeet en samenleving. Ik voel me verantwoordelijk voor minstens zeven generaties na mij, zoals de Native Americans.

Zittend aan de keukentafel, met de laptop voor me en de trampoline verderop in de tuin, kon ik precies zien hoe mijn dochter twee van onze kleinkinderen het nieuwe speelgoed liet ontdekken. Het enthousiasme waarmee de twee meisjes hun verende troon bestegen, werkte aanstekelijk. Ik bedacht me dat we in het bedrijfsleven zelden of nooit zo ongefilterd blij zijn als we iets nieuws mogen ontdekken. Het liefst hebben wij dat alles bij het oude blijft en zelfs als we iets nieuws proberen, houden we het oude graag bij de hand. Dan kunnen we daarop terugvallen als het nieuwe toch niet zo bijzonder blijkt te zijn, denken we. Het resultaat is dat bedrijven vaak eindigen tussen schip en wal. Wat niet zo’n fijne plek is om te vertoeven. Het loopt daar meestal niet goed af.

Graag vertel ik over de surfer die niet bang is voor de grote golven. Integendeel. Hij is constant op zoek naar de ultieme golf. Hoe hoger en gevaarlijker, hoe liever hij de golf meepakt. Dat is ook logisch: als je heel goed bent in iets, kan je enkel jezelf in moeilijke omstandigheden testen en word je pas beter wanneer je jezelf tot het uiterste drijft. Je breekt geen records door middelmatig te zijn. Bedrijven luisteren en knikken overtuigend ‘Ja natuurlijk, surfers, dat willen we zijn’. Vervolgens gaan ze over tot de orde van de dag en doen ze er alles aan om vooral geen risico te nemen, niet te veel voor te lopen op de anderen en vooral niets nieuws te proberen. Want iets nieuws, dat is onbekend terrein. Onbekend terrein kan wel eens heel gevaarlijk zijn. Als ik bedrijven enthousiast maak over nieuwe businessmodellen, waarvan ik gewoon weet dat daar veel potentieel in zit, dan komt toch een keer de vraag: maar zijn er al bedrijven in onze industrie die dit succesvol doen?

Dit is een verkeerde vraag en wordt om de verkeerde reden geopperd, namelijk de angst om te pionieren. Te gaan waar niemand je heeft voorgegaan, dat doen bedrijven niet. Diezelfde vraag kan ook gesteld worden om zeker te zijn dat niemand je is voorgegaan. Als dat zo is en dat onbekende terrein blijkt effectief rijk te zijn aan grondstoffen en energie en dus winst, dan ben jij daar als eerste. Dat first mover voordeel is van grote waarde gebleken in de afgelopen jaren. Als Elon Musk had gewacht tot ‘iemand bewezen had dat er vraag is naar EV’s en dat allemaal wel te behappen valt’, dan had hij evengoed kunnen wachten op Godot. Die kwam ook nooit langs. Bovendien beweegt Tesla zich niet ‘binnen de industrie’, dat is de fout die de ‘Tesla killers’ maken: denken dat Tesla een automobiel bedrijf is. Tesla heeft een nieuwe industrie bedacht. Een heel ecosysteem waarbinnen de auto een radertje is. 

‘Hola’, hoor ik je nu zeggen, ‘Rik, hoe kan jij nu weten dat wat er nog niet is, iets kan worden?’. ‘Mijn kleinkinderen’, zeg ik dan. Zo kijken kinderen naar de wereld en zo ontwikkelen ze zich bliksemsnel. Door niet naar de dingen te kijken zoals ze zijn als je ze waarneemt, maar door je te verbeelden wat ze kunnen worden. Ik zie dat mijn kleinkinderen dat voortdurend doen, als vanzelf. 

Kinderen rond het zevende levensjaar zijn tevreden met wat ze waarnemen, hoe dingen zijn en kijken af bij hoe dingen kunnen worden. Zij zien de dingen, niet langer de dynamieken die de dingen maken tot wat ze zijn en wat dus dingen tot iets anders kunnen maken. Ik noem dat het “Cinderella Principe”. 

In de goede oude Disney film “Cinderella” uit 1953, zit deze geweldige scene: Assepoester wil naar het bal, maar is gekleed in klompen en heeft geen koets met witte paarden en lakeien om haar tot het paleis te brengen. De Goede Fee komt aan met een pompoen, witte muizen en een paar sympathieke ratten en zegt dan tegen Assepoester: ‘Je moet niet naar de dingen kijken zoals ze zijn, maar zoals ze kunnen worden’. Daarna gebruikt ze haar toverstokje en verandert ze de pompoen in een koets, de witte muizen in sierlijke paarden en de ratten in lakeien. 

‘Ja maar’, zeg je nu, ‘business is geen sprookje, Rik. Dat is allemaal mooi, maar we hebben geen toverstokje, als we daar al in willen geloven. Met een stokje zwaaien, abacadabra zeggen en dan wat sterrenstof strooien, ik zie het me niet doen.’. Dat is jammer.

Het toverstokje heb je immers wel, als je het wil zien. Er is een nieuwe wereld aan het ontstaan en in die nieuwe wereld heersen heel andere krachten en wetmatigheden. In die wereld lijken we ineens over superkrachten te beschikken. Het enige wat je moet doen, is ‘de dingen’ uit je gekende wereld halen en ze verplaatsen in dat nieuwe universum. Dan gebeurt er ‘magic’.

Dat is waarom ik vaak op merk wat er mogelijk is met je bouwstenen. Ik zit er niet middenin. Ik vertoef meestal met mijn hoofd in de wolken en ik ben een dromer. Ik kijk vanuit de wolken uit op jouw business en ik zie wat je ermee kan in het nieuwe universum. Dat is niet moeilijk. Het is ook niet eens moeilijk om het te geloven. Je moet er gewoon aan beginnen.

Bedrijven denken dat geen risico nemen een veilige oplossing is, maar als je omgeving zo ingrijpend wijzigt, wat die zal doen in het komende decennium, is net geen risico nemen en stilstaan, het grootste risico. Alleen ben jij er niet bewust van en doe je wat de Nokia CEO in 2016 moest bekennen: “We didn’t do anything wrong, but somehow we lost’. Als je niks fout doet, doe je ook niet het juiste om niet links, rechts, onder en boven voorbij gereden te worden en te merken dat je markt helemaal is leeggegeten. 

Mijn jongste kleindochter is geen twee. Ze heeft nog nooit op een trampoline gestaan, maar ze stapt er vol verwachting op en geen haar op haar hoofd dat eraan denkt dat dit gaat mislukken. Dit was één van de dingen die ik me bedacht bij het bekijken van mijn kleindochters op de trampoline. Maar er kwam nog meer..